Column BK informatie september 2011
VERWEVEN
Eind vorig jaar liep ik de dichter / theoloog Dieuwke Parlevliet tegen het lijf, we liepen een architectuurwandeling door Middelburg, georganiseerd door een architect die wij allebei kenden.
Wij hadden elkaar nooit eerder ontmoet. Aangekomen in de door de architect heringerichte abdijkerk vertelde ik haar dat ik voor deze kerk een wandtapijt zou ontwerpen.
Voor dit tapijt had ik zowel beeldend als inhoudelijk carte blanche gekregen. Ik had besloten om er een monumentaal werk van te maken, even groot als een raam van deze lichte hallenkerk: 11 meter hoog en 3,20 meter breed.
Dieuwke vertelde me dat zij voor de Stichting Z-Blauw bezig was een Artists in Residence project te ontwikkelen in haar Italiaanse huis en nodigde mij uit om daar gebruik van te maken; voor mij was het een Godsgeschenk.
De ontwerptekeningen kon ik op mijn Nederlandse atelier niet overzien maar dit Italiaanse huis bood vanaf de vide precies genoeg ruimte. De stilte van het platteland zou de concentratie zeker bevorderen.
Brutaal vroeg ik of ik de hele winter gebruik mocht maken van het huis.
De auto volgeladen met het halve atelier, vertrok ik in januari naar Italië. De Alpen waren zwaar besneeuwd en de Apenijnen nog meer; hoe lekker is de winter in Italië eigenlijk?
90 kilometer boven Rome tussen Viterbo en Orvieto, in de navel van de Etruskische beschaving, ligt het huis: Casa Amenta Maria. Directe buren zijn er niet maar het dorp omarmt de mensen die in dit huis komen.
Op het weggetje naar het huis kwam ik stekelvarkens tegen, in het uitzicht zag ik kuddes wilde zwijnen en in de tuin vreemde vogels zoals de hop. De schapenboer stuurde iedere ochtend met fijnzinnige geluidjes een kudde van 150 elegante schapen langs het huis het dal in. Gelijk de eerste avond kwam er een aanhankelijke kat mee naar binnen. De volgende ochtend had zij vier vrienden meegenomen; dit werd geen eenzame werkperiode.
Mijn ervaring is dat het werken in den vreemde drie maal zo snel en geconcentreerd gaat als thuis, hier werd het werken een groot geluk.
Op de meegenomen tekentafel maakte ik een constructie om de aansluitingen tussen de verschillende grote ontwerptekeningen te kunnen maken.
Voor de opzet van het tapijt had ik twee jaar plannen gemaakt en deze steeds herzien. Waar heb je het over als je in deze tijd een monumentaal figuratief werk voor een kerk gaat maken? Is het de oude joods-christelijke leer? De verbeelding van een levenspad van paradijs tot hemel en het aardse tranendal daar tussenin? Antwoorden op de vragen van het leven? Ik was er steeds op vast gelopen. Hoe breng je identificatiemogelijkheden voor de hedendaagse beschouwer aan in die figuratie - en hoe ontstaat er een gelaagdheid die uitlokt om te graven naar betekenis? Hoe blijft zo'n groot werk aan de oppervlakte in harmonie met het eeuwenoude gebouw en haar moderne interieur? Ik moest bij mijn eigen beeldtaal blijven, daar heb ik immers een kwaliteit in ontwikkeld die hier naar boven moest komen.
De kalmte van het pastorale landschap, de architectuur van het huis en de Italianen die heel anders in die iconografische traditie staan dan de Nederlanders, gaven me vertrouwen. In deze omgeving worden al twee millennia lang de christelijke dogma's tot de grootste kunstschatten omgedoopt. De verschillen in de intenties van de kunstenaar en de opdrachtgever maken de werken al dan niet geloofwaardig. In een tijd dat de opdrachtgevende kerken dichtbij hun eenvoudige bevrijdende oorsprong van de leer bleven, is dat te zien aan de kunst die daaruit voortkomt. In tijden dat de kerk vooral onderdrukkende macht uitoefende werden er machtige en potsierlijke taferelen gemaakt. Maar in de afgelopen decennia, waarin de invloed van de kerk tanend was, werd er nauwelijks meer een interessant werk gemaakt. Kunst reflecteert het denken van een tijd maar er leek nauwelijks een gedachte meer levend te zijn die met die kerkelijke traditie te maken heeft. Zo die er nog wel was, dan was ze cynisch van aard.
De laatste jaren komt daar echt weer verandering in, de nieuwe, machteloze positie van de kerken biedt ruimte voor heroverweging en voor nieuwe beelden, zelfs in de beelden-loze protestantse traditie.
Zoekend naar de oorsprong van onze joods-christelijke cultuur, de hedendaagse relevantie en de inspiratie van dit gedachtegoed, kwam ik uit op zeven scènes. Ze kregen allen een titel: 'All right', over de geruststellende paradijselijke oorsprong van ieder mens. 'Reizigers', over onze verdwaasde, onervaren gang door het complexe leven. 'Wonderbaar' over het wonder van elk nieuw leven. 'Jouw tegenover' over datgene waar je tegenop loopt en waar je iets mee moet doen om in harmonie te komen. 'De strenge bittere dood' over de onontkoombare dood en de beperkte troost voor de achterblijvers. 'Pastore' over de herder en de schapen; een archetype, hier in Italië aan de orde van iedere dag met die kudde in het zicht. En 'Druivenoogst' over de mystieke verbinding met de bron.
In Italië liggen de inspirerende voorbeelden voor het oprapen. Ik reisde naar Assisi om mijn geliefde Giotto's in de Bovenkerk op de leegtes in de composities te bestuderen. Ik ging naar Orvieto om in het fijnzinnige snijwerk op de gevel van de Duomo de hele bijbelse canon tot mij door te laten dringen: de verbeelding van de schepping van Eva, zo plastisch uit de rib langs de opengevouwen huid van Adam getrokken, is van een ontroerende schoonheid. In Orvieto moest ik ook steeds weer die eenvoudige lieflijke tronende Christus van Fra Angelico op het plafond van de kapel bekijken. Ik ging naar Rome om de macht van de kerk en ook de wildgroei daarvan te zien. Naar Tuscania om de eenvoud van de vroege basilieken op te ademen.
Voor de verwerking van dit alles en de discussie over de inhoud van een hedendaags figuratief tapijt met al die referenties had ik wel wat theologen nodig. Die waren bijgeleverd; Gert Jan Smit, de predikant van de abdijkerk en de initiator van deze opdracht, had mij verschillende preekteksten meegegeven,'All right' en 'Jouw tegenover' kregen daarmee gelaagdheid. Met Dieuwke, die ook predikant is geweest, kreeg ik na het eerste praktische mailcontact een steeds inhoudelijker contact. Ik las een aantal van haar vroegere preken. ‘De strenge bittere dood’ kreeg meer gestalte. Daarbij organiseerde Klaus de Rijk, de cultureel attaché van de Nederlandse ambassade in Rome, een ontmoeting bij hem aan tafel met kunsthistoricus - theoloog Antoine Bodar. Hij hielp mij om in die mystieke Druivenoogst helderheid te houden.
Gelijk na mijn thuiskomst; na drie maanden dansend tekenen, zijn de tekeningen ingescand en hebben we het tapijt in het Textielmuseum in Tilburg op het snelle computergestuurde Dornier weefgetouw geweven. Een linnen weefsel in drie lagen waarin de gedetailleerde Italiaanse tekeningen zo helder mogelijk moesten worden verweven. Dankzij de goede samenwerking met Stef Miero daar, kwam dit goed.
Nu wordt er al drie maanden ouderwets handwerk aan het tapijt gepleegd. Een groep van zo'n 25 vrijwilligers uit de Abdijkerk laat de compositie sprankelen met borduursel. Daarmee komt het werk in handen van de gebruikers, de leden van de gemeenschap die deze kerk in deze generatie gebruiken. De borduurbokken staan in het prachtige licht van die Middelburgse oude Nieuwe kerk opgesteld en de hele zomer lopen er duizenden toeristen en voorbijgangers langs. Vlak daarnaast zijn in het Zeeuws Museum de wondermooie 16e eeuwse handwerktapijten te zien, ze zijn indertijd ook in een Middelburgse kerk gemaakt.
De mix van traditionele- en geavanceerde technieken die ik voor dit monumentale wandtapijt gebruik, geeft een nieuwe ingang om ontroering in een kunstwerk te krijgen; het langzame intensieve tekenen op het Italiaanse platteland (waar de eerste weken alles nog bij het oude leek te blijven maar waar later het inzicht groeide dat de idylle ook veel conflicten oplevert), de computergestuurde en geavanceerde technieken van scannen in het Zeeuws Archief en weven in het Textielmuseum in Tilburg, en nu het handwerk door al die kalme borduursters en de handmatige confectie bij Icat in Cruquius.
Ook inhoudelijk is het werk een mix; een samenspraak van traditionele en verfrissende hedendaagse denkbeelden die de aloude en de actuele levensvragen op een open manier verbeelden. In de reacties van de deelnemers en de voorbijgangers zie ik de inspiratie die deze mix oplevert.
Tot en met september zal er vrijwel dagelijks in de kerk zelf 'en public' worden geborduurd en als het tapijt klaar is, is het van iedereen en wordt het opgehangen en hoog cultureel ingezegend. Een nieuw monumentaal werk voor een oude, machteloze kerk waar het gaat om nieuwe ruimte in het denken te creëren voor verdieping en verbinding.
Janpeter Muilwijk 17 augustus 2011
Extra informatie t.b.v. de introductie:
Janpeter Muilwijk (Fontainebleau 1960)
Studeerde in de jaren '80 aan de Academies voor Beeldende Kunsten in Kampen en in Utrecht.
Werkt in Middelburg of op locatie.
Maakt tekeningen, schilderijen en wandtapijten.
Tentoonstellingen in musea en galeries.
Wordt vertegenwoordigd door Flatland Gallery Utrecht/ Paris en Galerie Jacoba Wijk in Wehe den Hoorn.
Zijn werk bevindt zich in vele collecties.
Werkperiodes in Griekenland, Portugal, Frankrijk, Denemarken en Italië
De tentoonstelling: 'Verweven'
Nieuwe Kerk, Groenmarkt 12 in Middelburg loopt tot eind september. Dagelijks 10.30 - 17.00 uur zaterdag / zondag 13.30 - 17.00 uur
Op weekdagen wordt er o.l.v. Janpeter Muilwijk aan het tapijt geborduurd tot het klaar is (naar verwachting eind september)
i.v.m. andere activiteiten kan de kerk gesloten zijn raadpleeg de website:
www.middelburgsekerken.nl/nieuwekerk/activiteiten
www.janpetermuilwijk.com
www.flatlandgalerie.com
www.galeriejacobawijk..nl