ABOUT
Page 6
DEEL HEBBEN OVER DE TEKENINGEN VAN JANPETER MUILWIJK (zoals gepubliceerd in de bundel 'Onverwachte impressies', Gerard Wiegers en Edith Brugmans, (red.), Valkhof Pers, 2009)Symposium Hedendaagse kunst en spiritualiteit, universiteit van Tilburg, 15 november 2008Lezing: Daan Van SpeybroeckIn onze tijd waarin veel over communicatie gesproken wordt, vormt communicatie eveneens een begrip dat in de beeldende kunst wordt gehanteerd. Maar het is de vraag of we daarmee geen verkeerde insteek nemen om de relatie tussen kunst en spiritualiteit te belichten. Staan we hier immers niet voor de vraag van het oncommuniceerbare dit wil zeggen: hetgeen niet mee te delen valt , maar juist een kwestie van participeren is, van ergens deel aan hebben.Tussen mee-delen en deel-hebben bestaat een zekere spanning.Het gaat natuurlijk niet over alle beeldende kunst; daarvoor is deze te uiteenlopend, te verbrokkeld geraakt, wat trouwens een eigenschap van onze wereld en ons eigen bestaan is geworden. Het deel van de beeldende kunst dat ik hier bedoel reikt naar het spirituele, tracht er deel aan te hebben. En omdat een kunstenaar er louter op eigen krachten niet helemaal bij kan, het niet in bezit kan nemen, niet in bezit mag nemen want dat zou een onteigenen van het spirituele zijn kan hij het niet mee-delen, niet communiceren aan de toeschouwer. Kortom: zoals de kunstenaar in kwestie zijn weg zoekt en gaat naar het spirituele, zo toont hij in zijn kunst, aan u en mij, de weg om aan het spirituele deel te hebben, eraan te participeren. Dit wil daarom nog niet zeggen dat de ander en de ontmoeting ermee, geen rol van betekenis zou kunnen spelen. Het accent valt echter meteen op de eigen inspanning, op een specifieke houding van de toeschouwer, hetgeen weggaat van het consumptieve en zich er verre van houdt.Ik kan mij voorstellen dat u het vlug vindt gaan! Het is daarom passend en verhelderend concreet te worden en u het werk van één kunstenaar te presenteren: het zijn de tekeningen van Janpeter Muilwijk. Dit is kunst die ik in de geschetste context bijzonder relevant vind.Toch kan ik bij het presenteren van zijn werk er niet buiten om bij communicatie te beginnen, en mij af te vragen welke bijzondere picturale strategieën hij gebruikt om ons zijn werk voor te houden, ja ons ermee te verleiden want het gaat hier om buitengewoon mooie tekeningen.Zonder zelf het werk van Maurice Denis grondig te kennen en de mogelijkheid te hebben er hier dieper op in te gaan, doen de tekeningen van Janpeter Muilwijk mij aan eerstgenoemde denken. Werd hij niet le doux de zachtaardige genoemd, dit in tegenstelling tot Georges Desvallières de getourmenteerde, de geëxalteerde met wie hij samen de Ateliers dArt Sacré (de ateliers van gewijde kunst) in 1929 heeft opgezet? Ook hij reikte naar het religieuze, het spirituele, en in die betrachting maakte hij toegankelijke schilderijen met herkenbare situaties om soms zijn eigen familie vrouw en kinderen , zijn vrienden en zijn opdrachtgever in zijn werk te laten figureren.In zekere zin vind ik dit bij Janpeter Muilwijk terug. Het zou mij niet verbazen indien u mij de vraag voor de voeten werpt of dergelijke kunst dan niet op communicatie steunt en bijgevolg in die termen moet worden geïnterpreteerd. Toegegeven: het gaat om situaties dicht bij huis maar ze laten zich niet vangen in een puur realisme, of representatie van de realiteit. Het betreft hier eveneens dromen en geloof met zijn Bijbelse situaties, zijn heiligenlevens en zijn symbolen waaraan gerefereerd wordt. Deze dimensies enkel voorstellen, ze representeren, zou ze mee-delen, communiceren zijn.Hebben wij echter meer aandacht voor de tekeningen van Janpeter Muilwijk dan voor een puzzel van wat ze voorstellen en wie er afgebeeld staat, dan valt op dat er iets vreemds aan de hand is: in feite stroken ze niet met de realiteit zoals we ze dagelijks om ons heen zien en ervaren. Eigenlijk zijn de tekeningen erg gecomponeerd.Het heeft mij ertoe aangezet ze te interpreteren vanuit een ambitie die Janpeter Muilwijk ooit had om architect te worden een opleiding die hij, als ik het zo mag zeggen, een blauwe maandag volgde. Een architect moet nu eenmaal alle redelijke eisen van zijn opdrachtgever binnen de beschikbare ruimte een onderkomen geven: een keuken, een toilet, een badkamer, een woonkamer, een slaapkamer enzovoort. Een soortgelijke worsteling met de ruimte is in diverse tekeningen van Janpeter Muilwijk te zien. Maar waar hij wat hij vreesde geen goed architect zou zijn geworden, kan ik u verzekeren dat hij wel een groot kunstenaar is! Want ook al vindt een worsteling met de beschikbare ruimte plaats, alles wat in een zekere noodwendigheid op de tekening moet komen te staan, is er in opgenomen zonder dat het er wordt samengepropt. Immers, zoals een goed architect er iets even bijzonders als onverwachts van maakt, zo mogen we dit evenzeer van een goed kunstenaar verwachten. Denken we even aan Le Corbusier die tegen de achtergrond van een eeuwenoude traditie en een reeks hooggespannen verwachtingen de Notre-Dame-du-Haut in Ronchamps bouwde als de affirmatieve kapel die er staat, niet gehinderd door waar ze allemaal moest aan voldoen of mee te kampen kreeg. (En zo zal Renzo Piano thans proberen er een klooster voor de Clarissen bij te bouwen.)Evenzo maakt onze kunstenaar, virtuoos en schijnbaar ongedwongen, er iets van zonder zich te laten hinderen, maar juist meegevoerd door de traditie waar hij zich in schaart en die tot op zekere hoogte religieus is: we zien religieuze symbolen, waarvan het Lam, al dan niet vergezeld van de herder, misschien het meest opvallende is, en diverse Christus-figuren, al dan niet getekend door stigmata, en engelen ook al hebben ze geen vleugels. We zien eveneens annunciaties en geboortes en nog veel meer.Niettegenstaande Janpeter Muilwijk voor zijn figuren zijn naasten als model neemt, door ze in een bijzondere context te brengen, ze in situaties of poses te verbeelden, plooit hij ze niet terug op hun zelf, op hun eigen ik. Trouwens deze modellen komen niet op zijn atelier om voor hem te poseren; het feit hen in hun afwezigheid op te roepen en aanwezig te stellen zorgt primair al voor een zeker onthecht raken aan henzelf. En wanneer hij zichzelf tekent (waarvoor hij er uiteraard zelf bij moet zijn), kijkt hij hiertoe niet in de spiegel, maar figureert hij er evengoed op de zojuist beschreven wijze. Ik kan zeggen dat de kunstenaar de zelfingenomenheid, het narcisme juist openbreekt. In feite houdt hij hen en zichzelf voorbeelden voor waar ze zich aan spiegelen, waar ze zich in incorporeren. Weten we niet allen, dank zij Jacques Lacan, de Franse psychoanalyticus die ons leerde Sigmund Freud te herlezen dat wat we zo gaarne als ons ik beschouwen, gevormd is aan de hand van identificaties uit onze vroegste levensjaren. En ik zou zeggen: Janpeter Muilwijk laat terecht ! de identificaties niet ophouden, daarmee zoniet verzakend aan, dan toch ophoudend met het hedendaagse gezeur van jezelf te moeten zijn.Deze kunstenaar laat hiermee zien dat we leven in een verbrokkelde wereld, op eigen krachten geen eenheid meer weten te zijn (behalve dan in het genoemde ideologisch discours van onszelf te zijn, dat we erop nahouden). Er is meer dan jezelf te zijn! In relatie tot zijn naasten, even noodzakelijk als vruchtbaar, gaat hij tekenend op zoek naar een herformulering van vragen die het leven hem stelt, en tegelijk houdt hij die intermenselijke ontmoeting open naar, zoekt hij een vorm voor de daarin ongekende maar bevroeden en tegelijk diep aangevoelde dimensies. Er is een participeren aan iets hogers het spirituele, het goddelijke.In zijn tekeningen gaat Janpeter Muilwijk ons voor, hij wijst ons de weg: na aan een tekening te hebben gewerkt, een compositie te hebben bedacht en ze beeldend te hebben beproefd en bevochten, geeft hij zich over aan deze lumineuze voorbeelden die hij op papier aan het uitbouwen is: hij levert zijn kunst er aan uit en bij de beste van zijn tekeningen en het zijn er heel wat komt daarin de genade hem tegemoet. Zijn tekeningen raken bezield!Op het gevaar af blasfemisch te worden, wil ik zeggen: in zijn tekeningen vindt op deze wijze een reële aanwezigheid (een presentia realis) plaats. Dit speelt zich af voor onze ogen en het is aan ons niet om dit in ons op te nemen dat zou te zeer een toe-eigenen zijn, een bevestigen van ons eigen ik , maar eerder om uit onszelf te treden. En, zoals ik in het begin van mijn uiteenzetting zei: het is geen kwestie van een mee-delen; hier gaat het om een deelachtig worden.Gesprek: Janpeter Muilwijk en Daan Van SpeybroeckHet gesprek met Janpeter Muilwijk begint bij een recente tekening: Beschermengel. We zien een eenvoudige, klassieke, bijna stereotype situatie: een zieke man met een zorgende vrouw. Intussen spreekt uit de tekening een grote intensiteit en bewogenheid: je proeft dat hier meer dan iets alledaags en stereotieps aan de hand is. Dit is ook zo. Aan de basis van deze tekening ligt het feit dat Janpeter Muilwijk nog niet zo lang geleden geruime tijd ernstig ziek is geweest. Hij kon niet meer tekenen en slechts langzaam aan wist hij zijn gave te herwinnen. Hij vertelt over zijn situatie met de dood voor ogen: Ik was in Parijs toen ik met ernstige hoofdpijn tegen paaltjes en kleine mensen van rechts komend, opbotste. Ik hoopte dat het over zou gaan maar dat gebeurde niet. Mijn gezichtsveld was verstoord en bij thuiskomst bleek ik een herseninfarct gehad te hebben. Mijn eerste reactie was de overgave, ik zei tegen mezelf, je hebt een mooi leven gehad en met niemand ruzie. Maar al snel sloeg de overgave om in diepe doodsangst. De eerste constatering was er één van een afstandje, want bij nadere beschouwing bleek ik diep ongerust in een goede afloop. Die trillende doodsangst als gevolg van de aanhoudende hoofdpijn en het slechte zicht, gaf aan dat het niet goed was, dat Ãk niet goed was en zo niet kon sterven. Er volgde een proces van loslaten van alles waar ik mijn identiteit aan had willen ontlenen en er volgde een gift van kalme geruststelling. Tijdens dit proces stuitte hij op de vele schets- en werkboeken die hij in de voorbije jaren had volgetekend en -geschreven. Samen met het lezen en het terugkijken, met een zich verdiepen in zijn werk én zijn leven, werd de balans opgemaakt van wat het totnogtoe was geweest misschien van zijn definitief afgesloten oeuvre. Maar de onverwacht bevlogen strekking van deze boeken gaven hem een heel nieuwe kijk op en ervaring van zichzelf, waarin zich een hoopvol perspectief aandiende dat zich alsnog zou kunnen openen.Zijn ziekteproces bleek er een te zijn van overgave en dankbaarheid aan wie hem in dit proces nabij stonden. Waar ik troost had verwacht van de kunst, als ontheffing aan het sterfelijke, gaf dit in deze fase van het ziek zijn, geen enkel soelaas. Hoe goed het werk ook zou mogen zijn, of en met welk belang de eigen kunst mij zou overleven, liet me totaal koud. Het bleek dat het er voor mijn eigen zielenrust niet toe doet of ik de wereld iets nalaat. Ook het idee van de hemel in het vooruitzicht, waar ik mij mijn leven lang mee bezig had gehouden, troostte niet.Het waren de mensen, de dichtstbijzijnden maar ook de onverwachte verren, die nader kwamen en kalmte boden. Ik ontdekte de centrale waarde van de barmhartigheid. De zelfoverstijging van mijn vrouw, onvermoeibaar in het toedienen van barmhartigheid. Met het zich aandienen van een even bovennatuurlijke, transcendente als diepmenselijke dimensie bleek ik het ziekteproces als zo heilzaam te ervaren, dat ik de blijvende dode hoek in mijn gezichtsveld steeds meer kan gaan zien als de Jacobsheup. Niet de kunst of het vervullen van die verheven levenstaak is zaligmakend maar de zachte barmhartigheid van en jegens de ander. Toen ik zover was, ging het werk dat op het atelier hing het atelier waar ik gedurende die maanden lag en het werk waar ik met een half oog naar kon kijken me onverwacht toch troosten. De zachtheid van de tekening Eve before the fall, die ik juist voor deze periode maakte, ontroerde en voedde mij. Samen met de herontdekte bevlogenheid en het besef dat mijn leven niet van deze werken afhing, ontstond de grote wens om weer aan het werk te gaan.In het genezingsproces zelf is de tekening Beschermengel tot stand gekomen. Ze therapeutisch noemen, vindt de kunstenaar niet helemaal onterecht. Maar ze betekent meer: het beseffen dat beschermengelen zich gewoon, aards aandienen, dat daar openheid en ontvankelijkheid voor nodig is, zoals dat in elk artistiek proces essentieel is. En dat hierin nieuw vertrouwen en frisse krachten kunnen worden ervaren. Dergelijk doorleven is niet nieuw in de manier van werken van Janpeter Muilwijk. Het vindt er daadwerkelijk plaats door dicht bij huis te blijven en zijn directe sociale omgeving als uitgangspunt voor zijn werk te nemen. Ik doe dat om tot persoonlijke betrokkenheid met mijn onderwerp te komen. Ja, ik voer mijzelf en mijn naasten noodwendig op om de vragen die mij in dit leven worden gesteld, door middel van het verbeelden, te verhelderen. Dit is niet zozeer therapeutisch, want mijn eigen levensvragen zijn als algemeen menselijke vragen te beschouwen. En vanuit mijn taak als verbeelder móet ik ze verbeelden. De verankering in de dagelijkse realiteit, moet er voor zorgen dat de tekeningen niet zweverig worden. Draagt de aanwezigheid van de ander een realiteitsgehalte aan, in een tekening kan zoiets afglijden naar sentiment of een zekere vorm van schijnheiligheid. Hierover wordt gewaakt door bijvoorbeeld de zieke man op bed met sokken aan te tekenen als teken van concrete, dagelijkse, feitelijke zorg. Dergelijke concretiseringen leiden er intussen niet toe dat het spirituele wordt verbroken, want bijvoorbeeld in de aanwezigheid van een detail als de genoemde sokken hetgeen sommigen uit zichzelf misschien niet eens bewust hebben opmerkt schuilt tegelijk een grote sensibiliteit, en dus iets verhevens. En terwijl het om een dramatische situatie gaat, slaagt de tekening er aldus in deze als luchtig in de zin van doortrokken van spiritualiteit voor te stellen.Is de diep intermenselijke relatie in een tekening als Beschermengel een vorm van communiceren, intussen valt op dat de man in zijn situatie weinig te bieden heeft: hij is zijn zelf enigszins kwijt, terwijl de vrouw in haar zorgzaamheid zichzelf te buiten gaat, zichzelf overstijgt. Via de titel ligt het accent op de vrouw: Beschermengel. Langs deze weg dient zich de referentie aan naar het ongrijpbare, terwijl het betreffende woord evenzeer in zijn dagelijkse, figuurlijke betekenis iemand die zorgzaam is voor iemand anders, de engel zonder vleugels kan worden geïnterpreteerd. Op deze wijze zorgt de verankering van het werk van Janpeter Muilwijk in de dagelijkse realiteit, voor een grote gelaagdheid van iedere afzonderlijke tekening en bijgevolg voor een breed spectrum van belevingen die de toeschouwer worden voorgehouden en aangeboden. Hoe persoonlijk de beweegredenen van de kunstenaar ook zijn om een kunstwerk te maken, hij weet er steeds algemenere, meer universele, existentiële situaties mee aan de orde te stellen. Deze zijn zowel diep menselijk als om zo te zeggen goddelijk. Wat zich in eerste instantie aandient als intermenselijke communicatie gaat immers hand in hand met een ervaring van het transcendente: het is steeds een én - én beleving.Daar het op deze studiedag over spiritualiteit gaat, concentreert het gesprek zich zowel op deze enigszins ongrijpbare dimensie die zich in het dagelijks bestaan aandient en waar de tekeningen in hun aandacht voor, zelfs beklemtoning van het intermenselijke van getuigen, om de toeschouwer er zo voor te sensibiliseren , als op de aspecten waar de godsdienst het dienen van god aan appelleert. Op de tekeningen van Janpeter Muilwijk worden niet uitsluitend dagelijkse situaties verbeeld; soms bedient de kunstenaar zich van een directe referentie aan godsdienstige teksten en symboliek. Dit gebeurt alleen dan wanneer die zich op enigerlei wijze aandienen als min of meer urgent bestanddeel betreffende (noem het) Oorsprong en Doel en Zin in mijn eigen bestaan. Want dat zijn de existentiële onderwerpen die de concrete vragen en gebeurtenissen waar ik over denk, sturen en waar ik via het verbeelden meer helderheid over wil hebben. In feite ervaart Janpeter Muilwijk dat hij als kunstenaar niet veel meer kan dan een voorstelling te maken: hij tekent een situatie die min of meer correspondeert met zijn beleving van de realiteit, met zijn zich bevinden in de wereld. Daarin zorgt hij voor een aantal doorbraken of uitdieping. Dit zijn ingrepen van de kunstenaar om het heersende open te breken, of eerder, gezien de zachtaardige vormgeving in zijn kunstwerken, om het open houden van diepere dimensies in het bestaan in het perspectief van een reiken naar Oorsprong en Doel en Zin.Het open houden kan inhoudelijk bewerkstelligd worden door ongewone situaties op te voeren, ongewoon omdat ze nog weinig van deze tijd lijken of zijn. Misschien is het beter ze niet-alledaags te noemen: een lam dat op een ladder klimt, het eerder bestijgt; een herder met een lam op de rug of meer nog op het hoofd en dit terwijl het letterlijk een zwart schaap is. Of de herhaalde tekeningen met een zwevende figuur. En diverse keren zijn er stigmata te zien.Soms wordt het open houden aan de hand van de compositie teweeggebracht en neemt het de vorm van een zekere verwrongenheid aan. Wanneer in Waar gaan we heen het hele gezin rond de tafel zit, is de wijze waarop de leden ervan op elkaar betrokken zijn en elkaar vasthouden misschien wel van harte, maar getuigt ze eveneens van bepaalde patronen en rollen die tussen hen zijn gegroeid. Valt deze onderhuidse spanning niet meteen op, bij nader toezien is de compositie zo dat ze met moeite op het blad past: ieder moet er als het ware zijn of haar plaatsje bevechten, veroveren en zien te behouden. Getuigt ieders houding daarbij van een zekere verkramptheid, toch valt er niemand uit de boot. Op de tekening Laatste groet lijken de aanwezigen rond het sterfbed van hun moeder, dan weer met hun handen niet goed raad te weten; of eerder, de handen de juiste handelingen stellend, lijken dit in dergelijke aangrijpende situatie slechts onwennig of krampachtig te kunnen doen. Of nog anders: waar de handen blijkbaar weten wat hen te doen staat, hebben de figuren van wie de handen zijn, moeite hun handen hierin te volgen.De in al deze situaties gesignaleerde onbeslistheid wordt vaak aangescherpt door de kwetsbaarheid waarmee de figuren zich aandienen. De suggestie dat zij op een stoel zitten terwijl ze in feite zweven, is daar nog maar een zwakke vorm van. Hun regelmatig voorkomende naaktheid, onderstreept door de sereniteit als van vóór de zondeval waarmee ze wordt uitgebeeld, bevestigt dit evenzeer. Intussen is het het tekenen zelf dat maakt dat deze min of meer in zichzelf gekeerde, niet helemaal tot deze wereld horende figuren, zo kwetsbaar lijken.Dit alles vervat Janpeter Muilwijk even bewust als gevoelsmatig in zijn tekeningen. Gaandeweg beschikt hij over een grote vaardigheid en artistiek vakmanschap. Maar juist in deze grote virtuositeit, temeer omdat het zo mooie tekeningen zijn die hij maakt, schuilt ook een gevaar. Daarom ziet hij zich al tekenend genoodzaakt regelmatig iets fout te doen, iets verkeerds of een fout in de opzet van een tekening bewust niet te corrigeren maar te handhaven om de charme, verleidelijkheid te verstoren. Eerder dan een ingreep, gaat het om een laten gebeuren, een gebeuren ergens voorbij, aan gene zijde van zijn kunnen, dat in het onverwachte, het hinderlijke ervan, voor een even abrupte als ontwapenende openheid zorgt. Het vraagt van de kunstenaar een open houding naar het eigen maaksel, naar het proces van het zich laten overkomen van een idee waarmee hij aan de slag wil. Vervolgens moet hij deze openheid gedurende het hele scheppingsproces weten te behouden om geen meedeler, geen prediker te worden maar zelf te blijven participeren en als het ware uiteindelijk samen met de beschouwer het wonder over zich te laten komen. Dergelijke openheid zorgt ervoor dat iets onbeheerst en onbeheersbaar in de tekening sluipt en er meteen een ongekende kracht aan geeft hetgeen spirit, geest genoemd kan worden. Zoiets is aanwezig in Janpeter Muilwijks tekening. Of actiever geformuleerd: deze dimensie stelt zich present in zijn werk. En dit present stellen communiceert zich met de toeschouwer. Dergelijke communicatie is eerder een uitnodiging, een oproep dan dat ze uit zichzelf iets meedeelt. En het is bijgevolg aan de toeschouwer in deze structuur te treden om deel te hebben, deel te nemen aan het ongrijpbare in de tekeningen van Janpeter Muilwijk.
Home
News
New Works
Drawings
Paintings
Details
Textile
Biography
About
Photos
Contact
JANPETERMUILWIJK
Home
Uitnodiging Verweven
News
Textile
New Works
Drawings
Paintings
Details
Biography
Photos
Contact